Regen en zon, wind en geen wind, kou en minder kou, op mijn kantoortje in Wageningen merk ik daar niet zo veel van, tenzij ik tijdens de lunch even naar huis fiets. Soms geeft het rapporteren van mijn bevindingen een voldaan gevoel, soms sta ik liever bij de kippen in de regen, zon, wind of kou. Het gaat om de balans.

Frustratie en stress tegenover zen, dat zijn ook belangrijke tegenpolen. Zo botste ik tegen een muur van de ethische commissie voor dierproeven. Zo’n commissie houdt er toezicht op dat je niet zomaar proeven met dieren mag doen. Het blijkt dat er een groot verschil bestaat tussen handelingen verrichten aan dieren als boer of als wetenschapper. In het tweede geval moet je toch toestemming vragen om twee kippen bij elkaar in een hok te zetten. Zo’n aanvraag duurt tot 3 maanden.
Even afwisselen met een zen momentje. De eerste resultaten zijn binnen over de voederconversie ratio! Die ratio bepaalt hoeveel voer er nodig is om een ei te maken. Hoe hoger de ratio, hoe meer voer nodig is voor een ei. Kort door de bocht gezien reduceert de voederconversie ratio een kip tot een soort supermachine die brandstof nodig heeft om grondstof (voer) in product (ei) te fabriceren. Dat wil je zo efficiënt mogelijk hebben.
In ons geval geeft de ratio belangrijke informatie over hoeveel voer de legkippen in het huidige systeem nodig hebben naast alles wat ze zelf kunnen vinden in de boomgaard. Hoeveel ze precies in de boomgaard vinden, dat is lastig om te bepalen, maar het bepalen van de voederconversie ratio van het voer dat wij ze geven kan worden gebruikt als vergelijkingsmateriaal met gemiddelde waarden van andere bedrijven waarin de kippen niet in de boomgaard rondscharrelen.
Dat de kippen uit de boomgaard gedeeltelijk hun voedsel bij elkaar scharrelen betekent nog niet meteen dat deze kippen minder eten van het voer. Uit onze resultaten blijkt zelfs dat de voederconversie iets hoger ligt dan bij de gemiddelde niet-boomgaard-kip. Ik moet er wel bij vermelden dat de gemiddelde waarde gebaseerd is op een jaargemiddelde en deze meting is gedaan in de winter.
Waarom ligt de waarde nou niet veel lager? Kippen in de boomgaard bewegen doorgaans meer en doordat ze 24/7 buiten zijn moeten ze zich warm houden (zeker in de winter), waardoor de energiebehoefte van deze boomgaard-kip hoger is. Interessant is om te kijken hoe de voederconversie door het seizoen varieert. In de zomer zou de supermachine een groter aandeel in de boomgaard kunnen tanken, waardoor minder extra brandstof nodig is. Dat verlaagt grondstof kosten.
Nu weten we allemaal dat een kip geen machine is. Dus we hebben andere methoden nodig om te bepalen of de kip zich wel kiplekker voelt. Nu maar hopen dat de ethische commissie voor dierproeven het ethisch verantwoord vindt om een systeem op te zetten dat een oplossing biedt voor de ethische kwesties rondom megastallen.

Ik heb het eigenlijk nog helemaal niet gehad over de zijdehoenders. Ze scharrelen vrolijk rond, in balans.

↓

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

You have Successfully Subscribed!

Door de site te te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten